'Het westerse kapitalisme is een ziekte'

Interview met Bernard Stiegler

Door Marnix Verplancke / Trouw 7 augustus 2016

We veranderen het klimaat, tasten de biodiversiteit aan, vervuilen de oceanen. Natuurlijk hebben we windmolens en zonnepanelen nodig en dienen we onze ecologische voetafdruk te verkleinen, maar met minder dan 'een totale omwenteling van ons denken' kunnen we niet het hoofd bieden aan de problemen van het 'Antropoceen', het tijdperk waarin de mens de bepalende factor is op aarde, meent Bernard Stiegler.

De Franse techniekfilosoof debatteerde onlangs op de Nijmeegse Radbouduniversiteit met de Duitse filosoof Peter Sloterdijk over de verantwoordelijkheid van de mens voor het behoud van de planeet aarde.

Niet alleen onze planeet is ziek, haar bewoners zijn dat evenzeer, beweert Stiegler. We zijn vervreemd van onszelf, van ons werk, van onze maatschappij en van onze kinderen, die eerder gestuurd worden door games en reclameboodschappen dan door onze opvoedende hand.

Waar is het fout gegaan?
"De oorzaak van onze ziekte en die van onze planeet is onze economie, die is gebaseerd op ongeremde consumptie. Dat leidt tot een verspillingseconomie, en tot wat Karl Marx de proletarisering van de mens noemde.

De eerste die daar ooit over schreef was trouwens niet Marx, zoals je zou denken, maar Adam Smith, de vader van het liberalisme. Hij toonde aan dat de arbeidsdeling, die begon met de industriële revolutie, de mens reduceerde tot dienaar van de machine. Zo verloor de mens de kennis om een schoen te maken, en werd hij nog louter verondersteld met een naaimachine twee lappen leer aan elkaar te naaien, waarna iemand anders er een zool onder lijmde."

Waartoe dit leidt, illustreert Stiegler met een voorbeeld uit de New Yorkse wijk Harlem. In 1990 toonde een studie aan dat een man in die zwarte, door werkloosheid, alcoholisme en geweld geplaagde wijk minder kans had om 65 jaar te worden dan een inwoner van Bangladesh.

Stiegler: "Dat was natuurlijk volstrekt paradoxaal. Bangladesh was een van de armste landen ter wereld, zonder stromend water, voldoende voedsel, geneesmiddelen en scholen, terwijl Harlem in het rijkste land van de wereld lag."

De Indiase filosoof en econoom Amartya Sen vergeleek Harlem en Bangladesh ook; hem vielen nog wat andere zaken op, zegt Stiegler. "In Bangladesh waren de mensen veel gelukkiger dan in Harlem en ze hadden er hun capabilities veiliggesteld, hun kennis dus. Volgens Sen waren de inwoners van Harlem extreem geproletariseerd. Niet enkel als handarbeiders, maar ook als ongeremde consumenten.

"En dat zijn we vandaag allemaal, wij voegen ons naar de wetten van de marketing. Eigenlijk willen we niet onophoudelijk nieuwe gadgets. Waar wij echt naar verlangen is het behoud van de sociale structuur waarin we zijn opgegroeid; Zekerheid. Veiligheid. Maar die worden ons door het hedendaagse kapitalisme ontzegd.

"Natuurlijk zijn smartphones en de talloze apps handig en helpen ze ons vooruit, maar ze verstoren ook onze relaties. Techniek is nooit zomaar goed of slecht, ze is als een medicijn: ze werkt goed tenzij je er een overdosis van neemt, dan kun je er ziek van worden. Dat is wat vandaag gebeurt. Ga naar een restaurant en kijk hoeveel mensen hun mobiel op de hoek van de tafel hebben liggen. Dat zegt genoeg."

Onze sociale kring is toch alleen maar groter geworden op die manier?

"En oppervlakkiger. In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, met neoliberale politici als Ronald Reagan en Margaret Thatcher en na de ineenstorting van het Oost-Europese communisme, hebben we onze ziel verkocht aan het kapitalisme. De overheid was opeens een probleem geworden dat uit de weg geruimd moest worden en het maatschappelijke veld diende in handen van de economie te komen.

Voeg daar nog de globalisering bij en je krijgt een wereldwijd systeem dat niet langer via politieke weg het beste uit de mens wilde halen, maar zoveel mogelijk aan hem wilde verkopen.

Van een investeringseconomie stapten we over op een speculatie-economie. Waar je voorheen aandelen in een bedrijf kocht in de hoop dat dit bedrijf zou floreren, werd de waarde van die aandelen het nieuwe doel. Wat er met dat bedrijf zelf gebeurde, vond men niet langer belangrijk. Vandaag bereiken we de grenzen van dit systeem."

Lees verder

Supreme Understanding [5]

Indifference is the key: you simply be indifferent. It is there – accept it. Bring your energies more and more towards trust and love – because it is the same energy which becomes doubt; it is the same energy which becomes trust. Remain indifferent to doubt. The moment you are indifferent your cooperation is broken, you are not feeding it – because it is through attention that anything is fed. If you pay attention to your doubt, even if you are against it, paying attention to it is dangerous because the very attention is the food; that is your cooperation. One has just to be indifferent, neither for nor against: don’t be for doubt, don’t be against doubt.

So now you will have to understand three words. One word is ”doubt,” another word is ”belief,” the third word is ”trust” or ”faith” – what in the East is known as SHRADDHA. Doubt is a negative attitude towards anything. Whatsoever is said, first you look at it negatively. You are against it, and you will find reasons, rationalizations how to support your ”againstness.” Then there is the mind of belief. It is just like the mind of doubt only standing upside down; there is not much difference. This mind looks at things positively and tries to find reasons, rationalizations how to support it, how to be for it. The mind who doubts suppresses belief; the mind who believes suppresses doubt – but they both are of the same stuff; the quality is not different.

Then there is a third mind whose doubting has simply disappeared – and when doubt disappears, belief also disappears. Faith is not belief, it is love. Faith is not belief because it is not half, it is total. Faith is not belief because there is no doubt in it, so how can you believe? Faith is not a rationalization at all: neither for nor against, neither this nor that. Faith is a trusting, a deep trusting, a love. You don’t find any rationalizations for it, it simply is so. So what to do?

Don’t create belief against faith. Just be indifferent to belief and doubt both, and bring your energies towards more and more love; love more, love unconditionally. Not only love me, because that is not possible: if you love, you simply love more. If you love, you simply exist in a more loving way – not only towards the master, but towards everything that exists around you: towards the trees and the stones, and the sky and the earth. You, your being, your very quality of being, becomes a love phenomenon. Then trust arises. And only in such a trust can a gift like the song of Mahamudra be given. When Naropa was ready Tilopa gave this gift.

So remember, with a master you are not on a ”headtrip.” Doubt and belief are all ”head-trips.” With a master you are on a ”heart-trip.” And heart doesn’t know what doubt is, heart doesn’t know what belief is – heart simply knows trust. Heart is just like a small child: the small child clings to the father’s hand, and wherever the father is going the child is going, neither trusting nor doubting; the child is undivided. Doubt is half, belief is half. A child is still total, whole; he simply goes with the father wherever he is going. When a disciple becomes just like a child, then only these gifts of the highest peak of consciousness can be given.

When you become the deepest valley of reception, then the highest peaks of consciousness can be given to you. Only a valley can receive a peak. A disciple should be absolutely feminine, receptive, like a womb. Only then such a phenomenon happens as is going to happen in this song.

~Osho 

[Tantra: The Supreme Understanding.
Discourses on Tilopa’s Song of Mahamudra]