Voorbij de sluiers

De kosmos is doordrenkt met sluiers. Sluiers van ego, sluiers van licht. Sluiers van kennis, sluiers van het oneindige. Sluiers zijn meestal dik als we door illusies bedolven worden. Sluiers kunnen doorschijnend zijn als we de Ene om hulp vragen. Voorbij sluiers kijken, in overgave, is een ervaring van genade. Besef dat de sluiers iets wonderbaarlijks bedekken. Wees aanwezig, stil en open en ervaar het stralende wonder en de ondoorgrondelijke schoonheid die via sluiers zichtbaar worden.

Het gelaat van de levende heelheid is een sluier, verborgen en ontvouwend, zodat wij kunnen onderscheiden en zien. Tegelijkertijd geeft de sluier van ego ons bescherming. Als we in een keer de sluier zouden doorbreken, zal het licht van de oorsprong ons verblinden. Het vraagt stap voor stap om tot overgave te komen om in de stilte het zinderende licht van de levende stroom van zijn doorstraalt te worden. Op deze wijze is de sluier van ego eigenlijk hetzelfde als de goddelijke sluier. Een mysterieuze paradox.

Door onze egocentrische houding zien we dat niet. We leven in een bewustzijnsvernauwing van lijden. De sluier van ego is zodoende een vorm van zelfbedrog geworden. We luisteren niet naar de innerlijke stem die ons oproept door de sluier heen te gaan. We zijn arrogant en vergeetachtig geworden, ronddwalend op zoek naar geluk maar ondertussen snijdt onrustig de pijn van het afgekeerd zijn in onze huid.

Luister naar de tekst van de Soefi Meester Ibn ‘Arabi:

“The servant’s veil is from himself, but he knows not that his wujud (divine being) is the same as the veil. O my people, listen to my words and attain what He has said in the Mother of the Book: The word we ask for help [1:4] has made us manifest, but my acts and entity dwell in loss. We wander aimlessly, in every wasteland, we stand waiting at every gate.” [Al-Futuhat al-Makkiyya. IV 43.18]

Ronddwalend, ben ik overgeleverd aan gedachten, gevoelens en wilsimpulsen. Helemaal geïdentificeerd. Wij scheppen de illusie dat we vrij en autonoom zijn. Ondertussen leven we innerlijk in gehechtheid en worden we volledig beïnvloed door de automatische stroom van denken/voelen/willen.

Hoe uit deze maalstroom te ontsnappen? Hoe door de sluier van illusie heen te breken?

In de boeddhistische Hart Soetra wordt opgeroepen om voorbij te gaan aan de bewustzijnsvernauwing en gehechtheid:

‘OM GATE GATE PARAGATE PARASAMGATE BODHI SVAHA’
'Gegaan, gegaan, voorbij gegaan, volledig voorbij gegaan - ontwaakte geest, zo zij het'.

Ga voorbij aan de zuigkracht van gedachten, gevoelens en wilsimpulsen, en blijf er aan voorbij gaan. De zuigkracht is enorm. Steeds weer commentaar, de babbelbox in mijn hoofd gaat constant te keer.

Wees aanwezig, stil en open zodat de muur van de duisternis oplost en het heldere licht te voorschijn komt. Ga naar de andere oever, de oever van ruimte, inzicht en liefde, niet meer conceptueel alles invullen maar echt ervaren, totaal voorbij je eigen script.

Verblijven in ruimte en leegte, stil zijn, leeg van fixaties, leeg van barrières, voorbij gaan aan jezelf, voorbij de tijd, zelfs voorbij gaan aan het voorbij gaan, in vrijheid het volle leven ontvangen en verwelkomen, zoals het volle leven is.

~K

En Soph

En Soph is de onkenbare Bron. ‘Het’ is ondoorgrondelijk. Er is geen begin en geen eind. En Soph is ongedifferentieerd. Of zoals Daniël Matt weergeeft:

“Alles wat zichtbaar is, alles wat door het verstand begrepen wordt, is begrensd. Alles wat begrensd is, is eindig. Alles wat eindig is, is niet ongedifferentieerd. Aan de andere kant van het spectrum staat het grenzeloze: En Soph, de Oneindige. Het is absoluut ongedifferentieerd, in volmaakte, onveranderlijke eenheid.”

Ongedifferentieerd wil zeggen dat er geen onderscheid aanwezig is. Hoe kan dat? Wij zijn gewend te leven met kaders. Elk moment zie ik onderscheidingen. Bijvoorbeeld in mijn kamer zie ik de tafel, de stoel, boekenkasten, de computer enz. Hoe kan de Bron van het bestaan waar alles om draait zonder onderscheidingen zijn? Er wordt gezegd dat En Soph niets heeft. Het heeft geen doel. Er is geen licht en geen wil, werkelijk niets. Er is geen getal, geen naam, geen woord dat En Soph kan bevatten.

Wat betekent dit? Hoe is het mogelijk dat er geen onderscheid, kortom niets aanwezig is? ‘Niets’ betekent dat niets een eigen individuele essentie heeft. ‘Niets’ is de ‘ware aard’ van alles. Elke gedachte, of elk gevoel, maar ook het lichaam en mijn ‘ik besef’ hebben geen zelfstandige onafhankelijke kern.

Alles dat bestaat is leegte, niets, niet iets, of wel volheid. Het Heilige is zo vol of juist zo leeg dat niets te onderscheiden valt. Geen onderscheid betekent volledige eenheid. Het Heilige vormt een eenheid waarin alles aanwezig is en samenhangt. Deze eenheid, leegte of volheid verwijst naar En Soph, maar zijn geen kwaliteiten van En Soph, want het Heilige overstijgt alle kwaliteiten. Als we de woorden eenheid, leegte en volheid gebruiken verwijzen die eigenlijk al naar eigenschappen, net als grenzeloos of ‘zonder grens’. Maar ‘zonder grens’ wil niet zeggen dat En Soph de eigenschap heeft van grenzeloos zijn. Onbegrensdheid geeft juist aan dat En Soph alle eigenschappen overstijgt.

A.E. Waite beschrijft En Soph, het Absolute Beginsel, als volgt:

“In dit Absolute bevindt zich de essentie of potentie van Alles. Het is niet juist te zeggen dat het Oer-Principe, dat boven het objectieve uitstijgt, ‘bestaan’ genoemd kan worden, want ‘bestaan’ is al een conditie van het eindige en het geschapene. Tegelijkertijd is er een subtiel gevoel dat God aanwezig is in de gehele zichtbare werkelijkheid. En Soph is de voorwaarde tot ‘bestaan’. Het is universele simpelheid, eenheid zonder vermenigvuldigheid, boven alle getallen, boven alle wijsheid…”

Het Absolute is de bron van alles wat bestaat, maar kan geen ‘bestaan’ genoemd worden, omdat op deze wijze ‘God’ de gehele wereld of werkelijkheid omsluit. En Soph gaat daar nog aan vooraf en is dus non-existentie. Maar bestaat En Soph dan niet? ‘God’ is toch voelbaar in de schepping en vormt de oorzaak van alles wat bestaat?

Vanwege de onkenbaarheid van En Soph lijkt in eerste instantie En Soph alleen maar vanuit ontkenning benaderd te kunnen worden. En Soph is niets en heeft geen bestaan. Toch past ook deze ontkenning niet bij En Soph. En Soph is ontkenning en bevestiging en tegelijkertijd noch ontkenning, noch bevestiging. En Soph is bestaan én niet-bestaan en het overstijgt bestaan én niet-bestaan. Een overweldigend mysterie. En Soph overstijgt alles. Het is de verborgen Godheid, die zich niet laat aanspreken:

“Vanwege de grote sublimiteit en transcendentie van God, kan geen naam aan ‘Het’ gegeven worden. De naam En Soph geeft alleen maar aan dat God met niets te vergelijken valt. En Soph is niet het object van gebed, omdat En Soph geen relatie heeft met zijn schepping.”

~Kees Voorhoeve


Uit: EN SOPH. De grenzeloze Bron van het bestaan